Als je in een gesprek zit en je bent in onderhandeling, maak er dan een win – win situatie van. Lukt het niet om er een win – win situatie van te maken, kies er dan voor om geen afspraken te maken. Het heeft geen zin om iets met een andere partij af te spreken als er voor beide geen win – win situatie is.
Spreek niet steeds over jezelf, de diensten die jij aanbiedt of het bedrijf, onderneming, non-profit of profitorganisatie (BONO) waar jij bij werkt. Richt je tot de persoon waarmee jij in gesprek bent en spreek naar zijn situatie.
Gebruik geen onzekere woorden. Spreek vol overtuiging over hetgeen jij te melden hebt. Breek jouw eigen verhaal niet af door onzekere woorden. Onzeker woorden zijn: Eventueel, misschien, eh zeggen, lijkt de beste oplossing, enz. Je komt ook onzeker over als je veel aarzelt.
Gebruik geen woorden met een negatieve associatie.
Negatieve woorden beïnvloeden de indruk die de persoon over je heeft. Ook al gebruik de dit soort woorden om juist het tegendeel aan te tonen.
Bijvoorbeeld: “Dat is geen probleem” (probleem is een negatief woord) of “Deze klacht heb ik nog nooit eerder gehoord” (eigenlijk zeg je in andere woorden: “Wat ben je dom, dat je daarmee komt”).
Verkoop in een gesprek geen “NEE”
Zit jij in een gesprek en je merkt dat er iets niet kan, zeg dan niet “ja, maar”. Met “ja, maar”, bedoel je “nee”! Zeg dan: “Nee, maar”. Hiermee geef je aan dat iets misschien niet kan, maar dat er wel een oplossing of alternatief voor een probleemstelling is. Zeg je in een discussie of gesprek steeds “ja, maar”, beïnvloed je de negatieve stemming van je gesprekspartner. Het beeld zou kunnen ontstaan dat er bij jou niets kan.
Gebruik in een gesprek niet te vaak het woord “moeten”. Moeten klinkt niet zo positief. Het dwingt mensen. Probeer het gesprek positief te houden. Op de volgende pagina vind je een aantal uitspraken, waarin ik probeer het verschil te maken tussen positieve of negatieve toon, die het woord “moeten” kan veroorzaken.
| Negatief | Positief |
| Eerst moet ik de gegevens opzoeken | Ik haal de gegevens erbij. Heeft u een momentje? |
| Ik moet dit eerst met mijn partner bespreken | Ik bespreek het zo snel mogelijk met mijn partner. Mag ik u daar vanmiddag voor 6 uur over terugbellen? |
| Zoiets doe i kniet meteen, dat moet ik onderzoeken. | Dat onderzoek ik graag voor u. Zodra ik iets weet, dan informeer ik u direct. |
| Dat moet ik eerst nakijken, voordat ik u een antwoord kan geven. | Ik kijk het met plezier even voor u na |
| U moet ons verontschuldigen | Neemt u ons niet kwalijk |
| U begrijpt me verkeerd | Waarschijnlijk ben ik niet duidelijk geweest, excuses hiervoor. |
| Dat is geen probleem | Dat doen wij graag voor U. |
